De telling
- Beurt (frame)
- Een van de tien beurten in een game. Per beurt heb je twee ballen om alle tien pinnen om te gooien.
- Strike (X)
- Alle tien pinnen met de eerste bal. Telt 10 plus de pinnen van je volgende twee ballen.
- Spare (/)
- Alle tien pinnen in twee ballen. Telt 10 plus de pinnen van je volgende bal.
- Open beurt
- Een beurt zonder strike of spare. Hij telt alleen de pinnen die je omgooide.
- Double en turkey
- Twee strikes op rij is een double, drie op rij een turkey. De eerste strike van een turkey is 30 waard.
- Extra bal (fill ball)
- De extra bal of ballen in de tiende beurt na een strike of spare. Ze tellen alleen voor de tiende beurt.
- Perfecte game
- Twaalf strikes op rij: 300, de hoogste score die er is.
- Clean game
- Een game zonder één open beurt: elke beurt is een strike of een spare.
- Foul (F)
- Over de foutlijn stappen. De bal telt als nul en de pinnen die hij omgooide worden teruggezet.
- Gootbal
- Een bal die in de goot naast de baan valt en geen pin raakt.
Pinnen en leaves
- Leave
- De pinnen die na je eerste bal nog staan. De 10-pin alleen is een leave, de 7-10 ook.
- Split
- Een leave waarbij de headpin om is en er een gat zit tussen de pinnen die blijven staan: tussen of voor die pinnen ontbreekt er een.
- Washout
- Een leave met een gat zoals bij een split, maar waarbij de headpin nog staat, zoals de 1-2-10. Hij telt niet als split.
- Headpin
- De 1-pin, vooraan in de driehoek.
- Losse pin
- Een leave van precies één pin, en de spare die je maakt door hem om te gooien.
De worp
- De plek met de meeste kans op een strike: tussen de 1- en 3-pin voor een rechtshandige, tussen de 1 en 2 voor een linkshandige.
- Carry
- Of een bal in de pocket alle tien pinnen meeneemt. De pocket raken en toch een pin laten staan is een worp zonder carry.
- Brooklyn
- Een bal die doorschiet en de andere kant van de headpin raakt: de 1-2-kant voor een rechtshandige.
- Oliepatroon
- Hoe de olie op de baan ligt: hoe lang en waar. Het bepaalt waar de bal begint te draaien.
De league-avond
- Serie
- Het totaal van de games die je op één avond gooit, meestal drie.
- Gemiddelde
- Totaal aantal pinnen gedeeld door het aantal games. Leagues laten de decimalen weg.
- Boekgemiddelde
- Het gemiddelde waarmee je vorig seizoen eindigde, gebruikt tot je gemiddelde van dit seizoen vaststaat.
- Handicap
- Pinnen die bij je score komen zodat bowlers van verschillend niveau tegen elkaar kunnen spelen: een percentage van het verschil tussen een basis en je gemiddelde.
- Scratch
- Je score zoals je hem gooide, zonder handicap.
- No-tap
- Een spelvorm waarbij negen pinnen (of acht) met de eerste bal al als strike tellen.